Hoe ik me voel? Geen idee.

Er zijn veel onderwerpen waar ik uit mezelf niet over zal nadenken. Dat zal niemand verrassen. Tot die onderwerpen behoren bijvoorbeeld het liefdesleven van filmsterren, het koningshuis, de uitslagen in de ijshockey competitie en de weerverwachting voor Kiev. Wat nog meer tot die onderwerpen behoort? Nou, bijvoorbeeld: wat ik wil, wat ik ergens van vind en hoe ik me voel.

Daarom heb ik de grootste moeite met het beantwoorden van vragen als “Wat wil je?”, “Hoe gaat het?”, “Wat vind jij?”, “Hoe heb je geslapen?” en “Hoe voel je je?”. Als zo’n vraag wordt gesteld, dan kan ik er lang over piekeren. Ik weet het namelijk niet. Ik stel mezelf die vragen nooit en ben er niet mee bezig. Natuurlijk merk ik wel dat andere mensen het wel weten. Ze beantwoorden de vragen met het grootste gemak en tot volle tevredenheid van de vragensteller. Ook merk ik dat mensen het vreemd vinden als ik zo’n vraag beantwoord met ‘weet ik niet’ of ‘daar moet ik even over nadenken’. Soms vragen mensen door: “Hoe kun je dat nou niet weten?”.

Oef, dat is een moeilijke vraag. Ik vind het gewoon niet zo belangrijk om daarmee bezig te zijn, meestal heb ik andere prioriteiten. Groot was mijn opluchting vorig jaar. Ik las voor het eerst een blog geschreven door iemand met autisme. Zij schreef dat ze niet wist wat ze moest antwoorden als mensen vroegen hoe haar dag was. Geweldig, die herkenning. Inmiddels heb ik veel gelezen over autisme en weet ik dat dit onderwerp regelmatig wordt besproken. Maar hoe komt dat nou?

Vinden

Ik heb me altijd verbaasd dat mensen overal een mening over hebben. Als ik bijvoorbeeld vertel (of opschrijf) wat ik heb meegemaakt, dan geven ze een oordeel. Bijvoorbeeld “Dat had je anders moeten aanpakken” of “Je zit in een slachtofferrol”. Ondanks dat ze mij niet kennen en er niet bij waren, hebben ze toch een mening en uiten ze die. Ongevraagd! Ik kan dat niet. Ik lig al wakker als ik die dag iets heb gezegd waarvan ik niet 100% zeker weet of het wel waar is. Ergens een mening over hebben is een dure handeling. Het kost tijd en energie. Langzaam maar zeker begin ik aan het idee te wennen dat dit niet geldt voor andere mensen. Zij reageren op hun gevoel.

Betekent dit dat ik nergens een mening over heb? Nee, ik heb wel degelijk meningen. Die ontstaan nadat ik lang over een onderwerp heb nagedacht, er veel onderzoek naar heb gedaan en alle voors en tegens tegen elkaar heb afgewogen. Als iemand er expliciet naar vraagt, zal ik vertellen wat ik weet. Anders houd ik liever mijn mond, want de kans is groot dat ik tijdens mijn onderzoek iets over het hoofd heb gezien.

Voelen

Oké, andere mensen reageren dus op basis van ‘een gevoel’. Ik weet niet wat ze hiermee bedoelen, want het is niet zo dat ik niet voel. Ik voel echt wel pijn als je mij in mijn gezicht slaat en ik heb het heus wel koud als het vriest. Ook heb ik emoties. Ik kan verdriet hebben, bang zijn, vrolijk, geïrriteerd, teleurgesteld. Vooral schaamte en schuld gaan mij gemakkelijk af.

Maar – en hier zit waarschijnlijk een groot verschil – het is niet zo dat ik een signaal krijg. Als ik ergens druk mee bezig ben, dan merk ik de kou of de tik op mijn schouders niet. Als ik geconcentreerd luister naar je verhaal, dan merk ik geen emoties op. En ik krijg al helemaal geen seintje dat ik een mening moet hebben over wat je zegt. Wat je vertelt komt bij me binnen als feit. Niets meer en niets minder. Het kan er bijvoorbeeld toe leiden dat ik verdrietig wordt over iets wat me dagen geleden is meegedeeld, omdat ik nu pas in de gelegenheid ben om de woorden van betekenis te voorzien. Waardoor ze nu pas, in alle rust, emoties bij me oproepen.

Willen

Ik sta op. Douche mezelf, kleed me aan, maak ontbijt en lunch voor mij en de kinderen, breng ze naar school en ga naar mijn werk. Als ik thuis kom doe ik boodschappen, maak eten klaar, ruim de vaat op, breng de kinderen naar bed, verwerk zittend op mijn stoel de gebeurtenissen van die dag en bereid de dag van morgen voor. Zo ziet een standaard dag eruit. Verder heb ik takenlijstjes liggen en afspraken in mijn agenda, meestal op initiatief van anderen. Dat doe ik allemaal netjes, waarbij ik regelmatig tijd te kort kom.

Structuur, fijn! Dit ben ik gewend en vind ik prima, maar tijd om over de vraag ‘wat wil ik?’ na te denken is er meestal niet. Mijn vriendin vraagt dan bijvoorbeeld opeens ‘Wat wil je vanavond eten?’. “Sorry schat, ik weet het echt niet. Het maakt mij niet uit, zolang het geen garnalen zijn. Zeg mij maar wat jij wil eten, anders kijk in de winkel wel wat er in de aanbieding is.”

Wil ik dan niets? Jawel, ik heb enkele doelen in het leven die ik graag wil bereiken. Daar heb ik goed over nagedacht. Maar op basis van improvisatie iets willen? Nee, dat niet.

Conclusie

In veel theorie over autisme wordt beweerd dat ik iets niet heb waarvan ik niet weet ze ermee bedoelen. Of ze het nu “Theory of mind” noemen, “referentiekader ik”, “gevoel” of “ik-referentie”, ik weet niet wat het is en ik mis het niet. Of dit betekent dat ik een slecht zelfbeeld heb of mijn gevoel niet volg, weet ik niet. Het doet er voor mij niet toe.

Ik kan, door me erop te concentreren, erachter komen wat ik voel. Ik kan, door er diep over na te denken, erachter komen of ik bij iemand een blouse mooi vind staan of niet. Ik kan, door voor- en nadelen op een rijtje te zetten, bedenken of ik vanavond liever naar de bioscoop ga of een boswandeling maak.

Maar als niemand erom vraagt, doe ik het niet. Heerlijk rustig voor mijn hersenen.

Deel deze pagina